Discoursavond Backsides and Hinterlands‚
tekst: Johanna van der WerffOp zoek naar de volmaakte onvolmaaktheid
De paradoxale hang naar gecontroleerde authenticiteit
Hoe bepaal je de betekenis van tussengebieden, zoals infrastructuur, waterwegen, spoorwegen en de meer onbepaalde en onbestemde gebieden waar geen planner of vormgever aan te pas kwam, de meer terloopse rafelgebieden van stad en land? Een vraagstelling die vragen oproept en vooral veel stof tot nadenken, zoals bleek als tijdens de Discoursavond Backsides and Hinterlands van woensdag 7 december 2011.
KAdE Architectuurcentrum diepte de thematiek uit met fotograaf Siebe Swart, Dirk Sijmons, directeur van H+N+S landschapsarchitecten en filosoof Maarten Doorman. De avond vond plaats in het kader van de tentoonstelling MärklinWorld in Kunsthal KAdE.
Een zoektocht naar het belang de betekenis van tussengebieden voor stad en land. Maken ze een wezenlijk onderdeel uit van het stedelijk weefsel? En hoe gecompliceerd ligt de verhouding van de mens tot die gebieden? Onderstaand een impressie van de avond door Johanna van der Werff.
Fotograaf Siebe Swart deed een aftrap en toonde vooral een aangeharkt en gepland Nederland in esthetische en documentaire foto’s, velen vanuit de lucht genomen. Volgens Dirk Sijmons zijn deze strak aangeharkte patronen terug te voeren op de door eeuwen gevormde mentaliteit van de Nederlander, voortkomend uit natuurlijke en historische wortels. De ligging van ons land aan zee, deels onder de waterspiegel, maakte dat ons land eeuwenlang strijd leverde met het wassende water: het leidde uiteindelijk tot een door en door gecontroleerd waterhuishoudingssysteem van dijken, pompen, gemalen en polders. Ook de rigoureus bewaarde scheiding tussen stad en platteland was een bepalende factor: in de tijd van de ruilverkavelingen werd, onder het mom van de noodzaak van zo efficiënt mogelijke voedselproductie, iedere oneffenheid uit het landschap weggepoetst en burgerbewoning rigoureus uitgebannen. De immense oorlogsschade na de tweede wereldoorlog ten slotte maakte dat een latent in Nederlanders aanwezig ‘hygiënistisch’ trekje, zich verder ontwikkelde: het puin moest zo snel mogelijk worden geruimd en het leed daarmee letterlijk uitgewist. In de woorden van Sijmons: ‘de Nederlander houdt niet van onvolmaaktheid’.
Maarten Doorman bezag landschap in relatie tot de romantiek. Tot aan de romantiek was natuur en daarmee landschap in feite non existent. Kunstenaars in de romantiek ïdealiseerden de natuur, verbeeldden die arcadisch en schiepen met hun werk niet-bestaand ‘landschap’. Doorman: ‘Het romantiseren zit zo diep in ons mensen geworteld, dat het onlosmakelijk verbonden is geraakt met de manier waarop wij observeren en onze omgeving ervaren’. Dat wij een romantiserende ‘bril’ dragen, zijn we ons en kunnen we ons ook niet bewust zijn. In hoeverre ons beeld van de werkelijkheid reëel is en in hoeverre geïdealiseerd, is daarmee nauwelijks meer te onderscheiden. We kunnen tegelijkertijd verlangen naar een authentieke wereld, maar totaal onwetend zijn of de werkelijkheid authentiek is of niet. Parallellen naar de huidige tijd zijn te trekken. Natuur, boerenland en het boerenbestaan hebben op veel mensen een grote aantrekkingskracht, je ziet het in onze huidige tijd terug in de populariteit van streekproducten, tijdschriften over landleven en het ultieme verlangen naar een huisje in het boerenland. Dit veronderstelt een ‘natuurlijk’ of ‘authentiek’ platteland, iets wat in werkelijkheid niet bestaat. De authentieke, rurale elementen zijn lang geleden systematisch opgeruimd, de grootste schoonmaak vond plaats tijdens de ruilverkavelingen. In het kader van landschapsbeleid is ‘authenticiteit’ en ‘oorspronkelijkheid’ in zekere mate teruggebracht in de vorm van landschapselementen, heggen, kreken en poelen, maar daarmee zijn het producten van de mens en uitvloeisels van nota’s en beleidsvoornemens en zeker niet ruraal.
Het verlangen van de mens naar ‘authentiek’ leven zie je terug in de toenemende trek van burgers naar het platteland. In de toekomst, 2050, zo schetste Dirk Sijmons, zal het platteland voor 85% door burgers bevolkt zijn. Burgers die verlangen naar een authentiek bestaan, dicht bij de natuur. Zij zullen daar misschien een eigen droom realiseren – misschien volgens de methodiek van ‘Knooperven’, zoals H+N+S voorstaat. Met die droom is op zich niks mis, maar met ruraliteit of authenticiteit heeft zij weinig te maken. Misschien is die ware natuur ook niet waar we als mens naar streven. Gedurende eeuwen was natuur alleen maar ‘onland’ en vooral bedreigend. Het waren gebieden die bedwongen of vooral gemeden moesten worden. En misschien is de ruraliteit van vandaag wel te vinden in de krimpende steden, door leegstand van gebouwen en bedrijventerreinen en kunnen we ons authentieke verlangen beter richten op de stedelijke ruraliteit, het ongeplande, de vergeten stukjes, de gaten en kieren, die ondanks alles aan het oog van de planners in Nederland ontsnappen.
En als we denk dat dit het verlangen naar tussengebieden of naar authenticiteit nieuw is, ook dat is een illusie, zo blijkt uit het gedicht ‘Zelfkant’ uit 1933, van de ‘vergeten’ schrijver en dichter Simon Vestdijk, dat tijdens de avond in herinnering werd gebracht door Maarten Doorman. Vestdijk bezingt in dit gedicht de ‘halfland’lijkheid, de fabrieksterreinen waar tussen arm’lijk gras de lorrie rijdt, en het geheim der dokspoorlijnen’.
Voor de volledige tekst van het gedicht zie www.svestdijk.nl/poezie/zelfkant.html


